dinsdag 29 december 2009
God zij met ons Suriname
leg de muur de handen op
zodat hij zien kan
blaas in de oren van het gezag
zodat ze opengaan
til het deksel van de doofpot
zodat de vlammen oplaaien
en recht en waarheid vrijmaken
zwaai met je moker
sla de drempels tot gruis
opgeworpen door mooipraters
met botervette koppen
en tien vuile vingers
die ze op de lippen
van het volk willen leggen
ruk een tamarindezweep
van de boom
die haar schaduw laat vallen
over allen met kennis
van goed en kwaad
spaar alleen dat
wat goed is te betrachten.
woensdag 23 december 2009
vrijdag 18 december 2009
Product van twee muzen
Bij kerst en oudjaar 2009
Plastic rituelen
weer rituelen van verpakkingen
rode poppen met witte baarden
van boompjes die nooit verteren
kalkoen en ham gelukkig wel
weer rituelen van wat is gedaan
wat nog zal
wat nog echt moet
voor volgend jaar
weer verdrijven van onrustige geesten
in roodwaterwasjes
met rood geluidgeweld
rode sirenes
en rode hanen
een cup Fayalobi
leeft zijn onverteerbaar einde in verweerde staat
op het graf
linten lezen ‘we zullen je nooit vergeten’
alweer plastic rituelen
Ruth San A Jong
December 2009
Lieve Ruth,
Je hebt mijn ‘Malle Muze’ getriggered met je gedicht.
En zoals je op een mato-neti ‘doorsneden’ zou worden, zo kom ik in met het onderstaande:
en rode hanen...
die zich eenzaam koning wanen
in een lege kippenren.
Want de pommen en pasteien,
de kroket en pindasoep
zitten boordvol geliefden
van de leider van die troep.
Dus nu kraait hij uit frustratie
vaker zelfs dan wenselijk is:
"Laat ze schieten, laat ze branden!
Op naar de verdoemenis!
Als ik niet meer lief kan hebben
en geen kindjes meer ontvang
wat kan mij het leven schelen,"
en ons haantje werd toen bang
Stiekem liep hij naar misi Elly
op het grote Mensenplein
met zijn rode kop gebogen
waar die moordenaars ook zijn.
Hij liet zich spatten, liet zich baden
waste hanenhebi's weg
sprak een mondje voor de yorka's
en verdomme, hij had pech...
Want de auto week niet uit
voor een pas 'gewassen' haan
die verwoed begon te kraaien.
Alles toen in lichterlaaie
heel die houten binnenstad.
Dood lag hij daar, op zijn gat.
En we zullen je gedenken
met een lachje en een traan
vreemd hoe 't leven toch kan lopen
voor een oude rode haan!
Claudett
zondag 6 december 2009
Sinterklaas houdt niet van kinderen!
Met alle kracht en geweld moet er Sinterklaas gevierd worden in dit land waar het zo heet is dat niet de mussen dood van het dak vallen, maar waar de goedheiligman na een paar uur hard werken naar dode mus ruikt.
Onder zijn rode tabberd van zwaar Europees fluweel of – erger nog – goedkope Chinese namaak, zijn weelderige witte lokken en zware rode mijter moet hij proberen het hoofd koel te houden. Wat niet makkelijk is voor een tropenmens dat zijn vrije tijd het liefst doorbrengt in een korte broek en een mouwloos shirt. Maar omwille van Het Kind laat hij zich in een belachelijk warm kostuum hijsen, en doet hij verwoede pogingen om op de voormalige kolonisator te lijken. Hij gaat daarin zelfs zover dat hij enkele van zijn buurjongens overhaalt zich in de meest waanzinnige kleuren satijn te hullen en met Nugget of iets dergelijks (Colonil misschien) hun mooie donkerbruine en lichtbruine gezichten zwart te maken. Kijk, en precies daar begint het gedonder. Dat die pieten zichzelf belachelijk maken moeten zij weten. Ze worden er kennelijk dik voor betaald, net als de Sint die zich laat sponsoren door Nikita of Burger King. Maar een Sinterklaas bestaat bij de gratie van Het Kind. En onze kinderen zien elke dag witte mensen, geen probleem, dus van de Goede Man (?) zouden ze niet bang moeten zijn. Maar we dwingen ze op de schoot te gaan zitten van die Enge Witte Man die ze misschien herinnert aan die andere enge witte mannen uit hun vorige kindertehuis. Die enge man op wiens stijve schoot ze moesten zitten toen niemand keek, toen er geen televisie bij was. Ja, die griezels die door de justitie in Nederland en België nog steeds worden gezocht en die zich uitleven in dit gastvrije land. Wie zoet is, krijgt lekkers...
En onze kinderen kennen zwarte mensen, bruine mensen, lichtbruine mensen en heeeeel donkere mensen die bijna blauw lijken. Ook geen probleem. Maar die arme bloedjes snappen geen sikkepit van die ‘sjwarte’ mannen met die grote, ongekamde afro’s. Kon Piet niet even naar de barber of heeft hij geen zuster die de bos ongeregeld netjes voor hem kan vlechten? En dan die gezichten waar het zweet, aangemoedigd door de tropische temperaturen en aangetrokken door de zwaartekracht, zich door het zwartsel een weg baant, onderwijl de kleur hier en daar meenemend? Vind je het gek dat ze gaan gillen, hun lieftallige keeltjes openzetten en tegenstribbelend hun cadeau in ontvangst nemen?
Onze nationale zenders laten dit ‘kinderplezier’ ongebreideld zien op de televisie. Op beeldbuis en plasmascherm tonen de handel, de kindertehuizen, oppashuizen en scholen dat ze wars zijn van kinderleed. Zoals de eerste schreeuw van een pasgeborene tot vreugde stemt – het leeft, het leeft! – zijn tranen op het Sinterklaasfeest ‘vreugde-uitingen’ van kinderen die ‘niet zo gek moeten doen’, die ‘bobo’s zijn. Maar wees eerlijk: het is toch om te huilen als je landgenoten zichzelf kunstmatig zwart moeten maken om voor ‘echt’ door te gaan? En dan den lasi den kleur bij! Wat een verval, wat een destructie en dat ter meerdere eer en glorie van Het Kind!
Onder zijn rode tabberd van zwaar Europees fluweel of – erger nog – goedkope Chinese namaak, zijn weelderige witte lokken en zware rode mijter moet hij proberen het hoofd koel te houden. Wat niet makkelijk is voor een tropenmens dat zijn vrije tijd het liefst doorbrengt in een korte broek en een mouwloos shirt. Maar omwille van Het Kind laat hij zich in een belachelijk warm kostuum hijsen, en doet hij verwoede pogingen om op de voormalige kolonisator te lijken. Hij gaat daarin zelfs zover dat hij enkele van zijn buurjongens overhaalt zich in de meest waanzinnige kleuren satijn te hullen en met Nugget of iets dergelijks (Colonil misschien) hun mooie donkerbruine en lichtbruine gezichten zwart te maken. Kijk, en precies daar begint het gedonder. Dat die pieten zichzelf belachelijk maken moeten zij weten. Ze worden er kennelijk dik voor betaald, net als de Sint die zich laat sponsoren door Nikita of Burger King. Maar een Sinterklaas bestaat bij de gratie van Het Kind. En onze kinderen zien elke dag witte mensen, geen probleem, dus van de Goede Man (?) zouden ze niet bang moeten zijn. Maar we dwingen ze op de schoot te gaan zitten van die Enge Witte Man die ze misschien herinnert aan die andere enge witte mannen uit hun vorige kindertehuis. Die enge man op wiens stijve schoot ze moesten zitten toen niemand keek, toen er geen televisie bij was. Ja, die griezels die door de justitie in Nederland en België nog steeds worden gezocht en die zich uitleven in dit gastvrije land. Wie zoet is, krijgt lekkers...
En onze kinderen kennen zwarte mensen, bruine mensen, lichtbruine mensen en heeeeel donkere mensen die bijna blauw lijken. Ook geen probleem. Maar die arme bloedjes snappen geen sikkepit van die ‘sjwarte’ mannen met die grote, ongekamde afro’s. Kon Piet niet even naar de barber of heeft hij geen zuster die de bos ongeregeld netjes voor hem kan vlechten? En dan die gezichten waar het zweet, aangemoedigd door de tropische temperaturen en aangetrokken door de zwaartekracht, zich door het zwartsel een weg baant, onderwijl de kleur hier en daar meenemend? Vind je het gek dat ze gaan gillen, hun lieftallige keeltjes openzetten en tegenstribbelend hun cadeau in ontvangst nemen?
Onze nationale zenders laten dit ‘kinderplezier’ ongebreideld zien op de televisie. Op beeldbuis en plasmascherm tonen de handel, de kindertehuizen, oppashuizen en scholen dat ze wars zijn van kinderleed. Zoals de eerste schreeuw van een pasgeborene tot vreugde stemt – het leeft, het leeft! – zijn tranen op het Sinterklaasfeest ‘vreugde-uitingen’ van kinderen die ‘niet zo gek moeten doen’, die ‘bobo’s zijn. Maar wees eerlijk: het is toch om te huilen als je landgenoten zichzelf kunstmatig zwart moeten maken om voor ‘echt’ door te gaan? En dan den lasi den kleur bij! Wat een verval, wat een destructie en dat ter meerdere eer en glorie van Het Kind!
La-we-ophouden-met die apestreken, no. Die kinderen huilen, ze zijn bang. Punt uit. Laat ze met rust. Wil je ze een cadeautje geven, ga en koop dat ding, geef dat kind een brasa, zeg: ‘Ik vind je lief en daarom krijg je een pop/bal/beer (neeee, geen geweer!) en ga over tot de orde van de dag. Dan hoef je ook niet te wachten tot 5 december. Koop een ijsje (of een Dame Blanche of een Double Chocolate wat mij betreft) en doe iets leuks met je kind. Maar vier geen Sinterklaas meer want hij is niet echt en hij stinkt en zijn schimmel zit ergens onder die broeierige mijter. En Piet is gewoon het korte woord voor boeboelaas!
donderdag 26 november 2009
Srefidensi
Waarover schrijf je op de dag waarop Suriname haar vierendertigste verjaardag herdenkt? Bij ons staat een jaardag voor feest, muziek, poku. Met een hindoestaanse vriendin keek ik vandaag naar de dvd van Lieve Hugo: ‘Iko, King of Kaseko’ en ze vertelde me het verhaal van haar breuk met de hokjesgeest.
Ze heet Amrita en ze wilde vrij zijn. Vrij om te doen en te laten. Ze woonde in de polders van Wageningen met links en rechts van haar muren die ze niet kon zien, maar die generaties lang haar familie omringden. Wanden, hoog opgetrokken uit regels en tradities, angsten en vooroordelen. Als ze haar verlangens omhoog richtte op zoek naar een prikkel voor haar gedachten, kon ze slechts smalle reepjes van die andere wereld zien tussen de eeltige handen van haar vader, die zich beschermend boven haar uitstrekten. Zijn stevige handen zaten verankerd in de knokige, gerimpelde greep van haar aja. Soms – wanneer haar vader de hunkering zag in de ogen van zijn geliefde dochter – spreidde hij zijn vingers en ervoer ze voor één vergankelijk moment de mysteries van dat andere Suriname. Maar voor het goed tot haar kon doordringen versterkte de greep van aja zich, en sloten haar vaders vingers zich onverbiddelijk aaneen tot een ondoordringbaar plafond.
Amrita wilde vrij zijn om in haar fantasie te reizen. Wanneer ze met haar moeder en haar aji naar een trouwfeest ging en ze haar glanzendrode sari om zich heen wikkelde, werd ze Sita en zong ze voor haar geliefde Ram. Met een natte kam maakte ze een kaarsrechte scheiding in haar haar en zette haar ogen zwaar aan met kohl. Ze draaide cirkels met haar polsen zodat tientallen zilveren tjuria’s rinkelend de toonhoogte aangaven wanneer haar lippen – rood van het vermiljoen van haar moeder – parelend Indiase liefdesliederen zongen.
Ze had zich neergelegd bij haar leven in de polder. Totdat ze Lesley leerde kennen. Die creoolse jongen die in de vakantie van ’75 in Wageningen kwam om een hele week bij haar buurjongen te logeren, bracht haar in de war. Hij bleef in het huis van Prekash alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Ze had gehoord dat ze in een internaat in Paramaribo woonden. Prekash had zijn vriend meegenomen naar huis, en zo te zien vond zijn moeder het goed. Tenminste, toen ze uit de bus stapten en hun weekendtassen op de grond gooiden, stond Prekash’ moeder bij de poort en ze deed gewoon. Er was ook geen aja die haar streng terechtwees, want ze woonde alleen. Nee, Prekash moeder deed de poort open, gaf hem een hand, zei ‘Welkom.’ en daarna ‘Lusten jullie roti?’ en ging toen naar haar werk en liet ze alleen.
Lesley en Prekash draaiden de knop van de radio helemaal naar rechts. Ze luisterden nooit naar hindoestaanse muziek, alleen naar soul en disco maar het meest naar muziek die Amrita in de polders nooit hoorde. ‘Okro supu moy taya brafu, dati den jongens lobi.’ De jongens zaten op de schutting, zongen luidkeels mee en schaterden het meer dan eens uit. Lesley sprong bovenop de schutting, hield zijn handen boven zijn hoofd en draaide met zijn heupen: ‘Geef me een beetje van dat ding.’
Ze had zich neergelegd bij haar leven in de polder. Totdat ze Lesley leerde kennen. Die creoolse jongen die in de vakantie van ’75 in Wageningen kwam om een hele week bij haar buurjongen te logeren, bracht haar in de war. Hij bleef in het huis van Prekash alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Ze had gehoord dat ze in een internaat in Paramaribo woonden. Prekash had zijn vriend meegenomen naar huis, en zo te zien vond zijn moeder het goed. Tenminste, toen ze uit de bus stapten en hun weekendtassen op de grond gooiden, stond Prekash’ moeder bij de poort en ze deed gewoon. Er was ook geen aja die haar streng terechtwees, want ze woonde alleen. Nee, Prekash moeder deed de poort open, gaf hem een hand, zei ‘Welkom.’ en daarna ‘Lusten jullie roti?’ en ging toen naar haar werk en liet ze alleen.
Lesley en Prekash draaiden de knop van de radio helemaal naar rechts. Ze luisterden nooit naar hindoestaanse muziek, alleen naar soul en disco maar het meest naar muziek die Amrita in de polders nooit hoorde. ‘Okro supu moy taya brafu, dati den jongens lobi.’ De jongens zaten op de schutting, zongen luidkeels mee en schaterden het meer dan eens uit. Lesley sprong bovenop de schutting, hield zijn handen boven zijn hoofd en draaide met zijn heupen: ‘Geef me een beetje van dat ding.’
De muziek baande zich een weg door het fort dat rond Amrita was opgetrokken. Het ritme van de kaseko verpulverde de muren van haar vesting, sloeg bressen in de steunpilaren en glipte ongezien tussen de vingers van haar vader naar binnen. Ze besefte dat gevangen had gezeten. Ze wist ook dat ze alleen in haar gedachten kon ontsnappen. Gretig nam ze het ritme van de apinti in zich op en adopteerde ze de dwingende de stem van zanger die haar ‘een beetje van dat ding’ vroeg. Ze besloot hem alles te geven. Met haar ogen dicht liet ze de trompetten aanzwellen in haar geest tot de koperen klanken haar vulden met het warme ritme en haar heupen tot bewegen zetten. Diezelfde heupen die – gehuld in met goudomrande zijde – haar voeten elke week aanstuurden de kathak te dansen.
De muren om haar sneuvelden, ze vielen uiteen. Amrita danste in het stof. Ze legde haar rode sari af en koos voor een pangi met dezelfde kleur. Haar verlangen wond de lap strak om haar heupen en haar bewegingen deden de roodgeruite heupdoek golven. Ze had het ritme toegestaan haar op te winden en de begeerte stroomde door haar lichaam. Maar wat is begeerte als het nergens op gericht is? Dus kneep ze haar ogen nog steviger dicht en concentreerde zich op de donkere lippen van Lesley. Ze beeldde zich het ritme van zijn heupen in, hoe hij zou ruiken wanneer hij zweette. Ze voelde de vrucht die de muziek in haar had voortbracht, het bewoog zich omhoog vanuit haar middenrif waar het was losgeraakt door het roffelen van de kwa bangi, waar de navelstreng was doorgesneden door de messcherpe blaaspartijen. Het bereikte haar keel en ze dacht aan haar vader en aan haar aja. Het worstelen in haar hals dreigde haar te verstikken. Ze moest handelen, gehoorzamen, wilde ze niet verschrompelen nog voor ze was opgebloeid.
Amrita haalde diep adem en deed haar mond open. Vierendertig jaar geleden gaven in een binnenweg van Wageningen zilveren tjuria’s om de polsen van een hindoestaans meisje met zwart omrande ogen het ritme aan toen vermiljoenrode lippen kasekoliederen zongen.
Amrita haalde diep adem en deed haar mond open. Vierendertig jaar geleden gaven in een binnenweg van Wageningen zilveren tjuria’s om de polsen van een hindoestaans meisje met zwart omrande ogen het ritme aan toen vermiljoenrode lippen kasekoliederen zongen.
donderdag 15 oktober 2009
Re. FW: DOORSTUREN AUB!!!!!
Ik word doodgegooid met kettingbrieven. Niet die schattige briefjes van vroeger die je dapper tien keer overschreef om ze de volgende dag, licht beduimeld, aan je vriendinnetjes te geven. Wat was de clou eigenlijk? Ging het om de vriendschapsbetuiging die er in de briefjes stond, of om het feit dat je de trotse bezitster was van tien (10!) vriendinnen? Want op elk briefje moest er een naam en je moest ze persoonlijk overhandigen!
Nee, de kettingbrieven die ik ontvang zijn e-mails met als titel: Re. FW: DOORSTUREN AUB!!!!! , gevolgd door een eindeloze stroom e-mailadressen. Wanneer ik de moed heb opgebracht om langs al die namen naar beneden te scrollen – wat soms écht wel even kan duren – ontdek ik met enige moeite het onderwerp. Dat kan variëren van een mierzoete vriendschapsbetuiging of een overdenking – al dan niet doorregen met volledig uit hun verband gerukte bijbelteksten – tot hartverscheurende hulpkreten van Amina uit Botswana of Radhna uit Lahore. Zelfs de tranen van Obama zijn me menigmaal toegestuurd. Al deze mails moet ik doorsturen om de vriendschap tussen mij en de afzender te bevestigen en te bestendigen. Ik moet in ‘slechts 60 seconden maar’ tot tranen toe geroerd zijn door het leed van een meisje in het verre Afrika dat al langer dan acht jaar elk moment kan sterven omdat ze lijdt aan terminale kanker. Wakker moet ik liggen van de mensonterende leefomstandigheden van een mishandelde vrouw in India die onherroepelijk zal sterven als ik niet minstens vijftienmaal de mail doorstuur. Wil ik dat op mijn geweten hebben? Hoe komt het trouwens dat ze nog niet dood is? Misschien door al die anderen die de noodkreet wél doorsturen?
Bij het leed van de wereld dat bij me binnenkomt via het oppermachtige internet mag ik geen vragen stellen. DOORSTUREN AUB!!! schreeuwen de hoofdletters die zich begeleid weten door evenzovele uitroeptekens. BILL GATES STORT EEN DOLLAR VOOR ELKE MAIL DIE VERZONDEN WORDT. Strijk je hand over je hart, aarzel niet!! Pak je muis, make a difference en druk op send!!!!!! Binnen 13 seconden, 7 dagen of 40 uren zal je iets geweldigs overkomen.
Ben je daarentegen harteloos onverschillig, is je hart verhard voor onbekenden waarvan de naam eindigt op .com, .net of .org, pas maar op! Het vreselijkste onheil zal je treffen, je computer zal crashen, je zal je vrienden verliezen of, nog veel erger, al je geld. GEEF, MAIL, SEND OR DIE!!!!
I send this especially for you, Dear claudett.debruin@gmail.com, please pass this on en stuur het vooral naar die dierbare vriendin die deze onzin naar je stuurde, zodat ze weet dat je van haar houdt.
Bij het leed van de wereld dat bij me binnenkomt via het oppermachtige internet mag ik geen vragen stellen. DOORSTUREN AUB!!! schreeuwen de hoofdletters die zich begeleid weten door evenzovele uitroeptekens. BILL GATES STORT EEN DOLLAR VOOR ELKE MAIL DIE VERZONDEN WORDT. Strijk je hand over je hart, aarzel niet!! Pak je muis, make a difference en druk op send!!!!!! Binnen 13 seconden, 7 dagen of 40 uren zal je iets geweldigs overkomen.
Ben je daarentegen harteloos onverschillig, is je hart verhard voor onbekenden waarvan de naam eindigt op .com, .net of .org, pas maar op! Het vreselijkste onheil zal je treffen, je computer zal crashen, je zal je vrienden verliezen of, nog veel erger, al je geld. GEEF, MAIL, SEND OR DIE!!!!
I send this especially for you, Dear claudett.debruin@gmail.com, please pass this on en stuur het vooral naar die dierbare vriendin die deze onzin naar je stuurde, zodat ze weet dat je van haar houdt.
Mijn hand rust op mijn muis, de cursor beweegt richting delete. Ben ik één van de hartelozen, what about Amina in Botswana en Radhna in Lahore, mijn dierbare vrienden die de moeite hebben genomen om de met zorg uitgezochte mail naar mij (en al die anderen) te forwarden? Ben ik straks ook schuldig aan hún onheil?
De twijfel slaat toe: geld kan ik altijd gebruiken. ALTIJD!!!! Een partner zou ook welkom zijn. Stom: als ik die mail van gisteren niet had gedelete, maar zevenmaal had doorgestuurd en daarna op F6 had gedrukt, had ik Zijn Naam kunnen lezen op mijn scherm.
Maar ik verman mezelf en druk op delete waarmee ik in een fractie van een seconde alle vriendschap, geluk en liefde naar de digitale prullenbak verwijs. Angstig hou ik mijn adem in: ben ik nu gedoemd tot een leven van ellende en eenzaamheid?
Lang duurt het niet: ik herinner me dat vanmorgen die leuke man in de boekwinkel naar me heeft gelachen en dat gisteravond mijn aangenomen kleinzoon allerliefst op me heeft gekwijld toen hij zijn mollige handjes om mijn hals sloeg. Copy that.
Lang duurt het niet: ik herinner me dat vanmorgen die leuke man in de boekwinkel naar me heeft gelachen en dat gisteravond mijn aangenomen kleinzoon allerliefst op me heeft gekwijld toen hij zijn mollige handjes om mijn hals sloeg. Copy that.
dinsdag 22 september 2009
Dan Ta Bai
de tijd verstuift
in de sula
als ik
tussen de regels
het gewaagde leven
van Astrid Roemer
zoek
in het vreemde land
van Jhumpa Lahiri
en Brahms
de hangmat wiegt
rode wijn
op mijn pangi
de generator
zwijgt
een aap brult
ver van huis
Abonneren op:
Posts (Atom)


