Deze jongen met zijn grauw hemd heeft waarschijnlijk nog nooit van Lady Gaga gehoord. Zijn creatie is uniek. Híj had oog voor de mogelijkheden die het afval bood en hij pronkt dan ook trots met zijn bril. Dat hij een beetje verlegen kijkt, is waarschijnlijk te wijten aan de camera die hem intimideert. Als je naar de details en naar de afwerking kijkt, kan je niet anders dan vaststellen dat hij niets aan het toeval heeft overgelaten.
woensdag 12 september 2012
The sky is the limit
Op deze foto zie je een
Afrikaans kind. Vies, arm, stoffig. Niets nieuwswaardigs aan. Alleen heeft deze
een potsierlijke houten bril op zijn neus. Kijk, dát is leuk. Dat gaan we sharen. Een kop erbij: ‘Lady Gaga African Style’, en hup, op Facebook. Zodat
we allemaal kunnen (uit)lachen, liken en door-sharen. Whahahahaha! ROFLMAO.
Kijk je langer naar
de foto, dan begin je je te verbazen. Over dit kind dat misschien op een jute
zak heeft geslapen. Is hij een wees, een vluchteling? Heeft hij ontbeten? Wanneer
heeft hij voor het laatst een evenwichtige maaltijd gehad? Toch heeft hij –
ondanks zijn kennelijke staat van armoede - iets geschapen, heeft hij van niets iets gemaakt.
Creativiteit zit in
onze genen en uit zich in allerlei vormen. Arm, rijk, wit, zwart, we worden er
allemaal mee geboren. Wat doen we er vervolgens mee? Ontwikkelen we het bij
onszelf en bij onze kinderen? Of lachen we uitingen van creativiteit uit – LOL -
en vinden we ze belachelijk om vervolgens wél de resultaten van
andersmans creatieve inspanning te sharen?
Deze jongen met zijn grauw hemd heeft waarschijnlijk nog nooit van Lady Gaga gehoord. Zijn creatie is uniek. Híj had oog voor de mogelijkheden die het afval bood en hij pronkt dan ook trots met zijn bril. Dat hij een beetje verlegen kijkt, is waarschijnlijk te wijten aan de camera die hem intimideert. Als je naar de details en naar de afwerking kijkt, kan je niet anders dan vaststellen dat hij niets aan het toeval heeft overgelaten.
Dit Afrikaanse kind ziet geen
beperking. The sky is the limit. Ha! denk ik,
LOL, life can take over his body but not his mind.
Ik kijk uit naar zijn volgende creatie.
Deze jongen met zijn grauw hemd heeft waarschijnlijk nog nooit van Lady Gaga gehoord. Zijn creatie is uniek. Híj had oog voor de mogelijkheden die het afval bood en hij pronkt dan ook trots met zijn bril. Dat hij een beetje verlegen kijkt, is waarschijnlijk te wijten aan de camera die hem intimideert. Als je naar de details en naar de afwerking kijkt, kan je niet anders dan vaststellen dat hij niets aan het toeval heeft overgelaten.
donderdag 6 september 2012
Het waargebeurde verhaal van ******olie en GO2
Er was eens in een land niet van
hier vandaan een oliebedrijf dat pompstations overnam van het bedrijf dat zich
uit haar land terugtrok. Op een goede dag besloot dit bedrijf – we noemen haar
******olie – om een eigen naam te voeren voor haar nieuw verworven stations.
Het siert een oliebedrijf immers om om voor al haar bezittingen een eigen,
originele naam te hebben.
******olie riep een paar wijze
mannen en vrouwen bij elkaar die hun hoofden bogen hoe deze kwestie aan te
pakken. “Noem het gewoon ‘******olie Pompstation’ opperde de oudste en dus
meest wijze man. ‘Welnee,’ zei een wijze dame, ‘dat is ouderwets, het moet een
Engelse naam zijn. Wat dachten jullie van ******oil Gas Station?’
‘Mens, ga naar je pingkransje,’ zei een grijze eminentie. We zijn de Ogane niet.’
En zo kibbelden ze tot iemand het idee opperde een wedstrijd uit te schrijven. Allemaal knikten goedkeurend, ja, dát zouden ze doen, een wedstrijd uitschrijven. Een vrekkig commissielid bedacht dat het ook zou schelen in de kosten, ze moesten immers op hun dukaten letten want het ging niet goed in de wereld.
‘Mens, ga naar je pingkransje,’ zei een grijze eminentie. We zijn de Ogane niet.’
En zo kibbelden ze tot iemand het idee opperde een wedstrijd uit te schrijven. Allemaal knikten goedkeurend, ja, dát zouden ze doen, een wedstrijd uitschrijven. Een vrekkig commissielid bedacht dat het ook zou schelen in de kosten, ze moesten immers op hun dukaten letten want het ging niet goed in de wereld.
Ze lieten herauten en koeriers het nieuws door het hele land rondbazuinen: ‘Doe mee, doe mee. Bedenk de naam en laat je tot held slaan. Je naam zal voor eeuwig worden vastgelegd in het Boek van ******olie.’
Het volk juichte, iedereen wilde immers tot held worden geslagen. Ze togen massaal aan de slag. Ze slepen hun potloden, poetsen hun muizen op, betaalden hun ADSL-rekeningen en bogen zich over een oplossing. De naam moest nieuw zijn, in hun rijk en in alle andere rijken van de wereld. Velen raadpleegden de Machtige Wijze, de omnipotente Google, die de ontbetwiste heerser was in het Land van Kennis. Ze gunden hem geen rust, de lucht boven het Land van Kennis gonsde van de activiteit, de machtige Google hield dag en nacht audiënties.
En toen ... was het eindelijk zover: de heersers van ******olie namen plechtig plaats achter hun tafel en het volk stroomde toe en hield de adem in. De naam! Als die bekend was, wisten ze ook wie er die dag met olierijke pracht en praal tot held zou worden geslagen. Ze zouden diep voor hem buigen, ze zouden het hun kinderen, hun kleinkinderen vertellen. Die gedenkwaardige dag zou voor altijd in de annalen blijven voortleven.
De paukenspeler gaf een roffel. De koperblazers bliezen hun wangen stuk. De spanning steeg. “En de naam is...”
Mannen spanden hun kaken, knepen hun ogen dicht. Vrouwen roken driftig aan hun zakdoeken met alcolado, de opwinding werd sommigen te veel.
“...GO2!”
Niemand bewoog. Hadden ze het goed gehoord? Was dit een bekendmaking van ******olie of van Ajemgold? Weer klonk het: “...GO2!” De wijze mannen keken trots en achter de tafel applaudisseerde er iemand. Het volk raakte in de war maar het applaus klonk dwingend en de massa klapte mee al wisten ze niet waarom. “Mooi!’ riep de directeur van ******olie. “Prachtig!” riep de commissie van wijze mannen als één man. “O, beeldschoon, werkelijk!’ kweelden de wijze dames.
Toen riep iemand uit het publiek: “Dieven! Fufuruman! Abangi’s zijn jullie!” Hij worstelde zich woedend uit de menigte en ging vooraan staan: “Het bestaat al! Vraag het maar aan de heerser van het Land van Kennis!’
“Google!”, gonsde het door de menigte. “Google!” riep een opgeschoten jongen en hij hield een klein rechthoekig apparaat omhoog. “Kijk maar, zie het zelf.”
En ja hoor, ze zagen het allemaal: het stond er zwart op wit, geel op blauw, groen op zwart en pimpelpaars op hemelsblauw: een G, een O en een 2.
“Leugens!” riep de nestor der wijze mannen, “allemaal leugens. Dat vierkante kastje is geen land, dit is een land, het rijk Suriname. Hier bestaat het en daar gaat het om.” Hij keek minachtend naar het volk: “Zijn jullie echt zo dom om te geloven dat in dat kleine zwarte doosje mensen en landen en bedrijven wonen? Wat een onzin!”
Maar toen staken alle mensen één voor één hun handen in hun tas of zak en haalden hun eigen doosjes tevoorschijn, sommigen zwart, anderen roze, je had er zilveren bij en zelfs roze met poesjes en glittersteentjes erop. En allemaal zagen het: zoveel G’s en O’s en 2-tjes hadden ze nog nooit bij elkaar gezien. Toen begrepen ze het, ze waren beetgenomen. Ze protesteerden hevig en vroegen om het hoofd van de held, ze eisten de kop van de nestor der wijze mannen.
Ze beraamden een paleisrevolutie. Maar ******olie was oppermachtig en als een echte despoot weigerden zij om te buigen.
Toen, in het heetst van de oproer, kwam er een koerier aangesneld met een boodschap uit een ander rijk. De vreemde koning was boos, de naam op zijn zegel was gestolen door een naburige heerser. En de koning pikte dat niet. Hij besloot dat het tijd was om de leugenachtige heersers van ******olie een lesje te leren. Hij beraamde een plan.
Wil je weten hoe dit afloopt? Blijf in sprookjes geloven maar weet dat alleen de waarheid echt is.
Not The End.
GO2: Echt of doublé? (Ingezonden stuk voor de krant)
De afhandeling van de Kis A Grani-wedstrijd,
heeft in de samenleving nogal wat stof doen opwaaien. Diezelfde samenleving die
massaal heeft geparticipeerd aan de naamgevingswedstrijd. Staatsolie heeft dan
ook een zeer effectieve – en fraaie – campagne gevoerd: een mooie tv-spot,
goede PR en daarvoor dan ook mijn welgemeende complimenten. Ook het feit dat de
naamgeving als nationale zaak werd gepresenteerd, sprak de gemeenschap – en ook
mij - aan.
In de tv-spot zijn de Surinamers Johan Ferrier,
Eddy Jharap en Anthony Nesty terecht neergezet als nationale helden die hun
grani hebben verdiend door zich met veel inspanning in te zetten voor land en
volk.
Wat zien we nu? Op 3 september 2012 wordt de
internationaal reeds bestaande merknaam GO2 (notabene van een soortgelijk
bedrijf/product) met veel fanfare tot winnende naam uitgeroepen. Onze nationale
Staatsolie pronkt dus met andermans veren, met een naam die niet voldoet aan de
gestelde actievoorwaarden. De nieuwe naam mocht namelijk zowel nationaal als
internationaal geen bestaande merknaam zijn. De Kis A Grani-organisatie heeft
haar eigen wedstrijdregels met voeten getreden en zo haar afspraken met
duizenden deelnemers geschonden, in feite eenzijdig opengebroken. Achteraf werd
deze fout niet gecorrigeerd, maar met veel omhaal van woorden goedgesproken.
Het 'Staatsolie Heldenboek' uit de tv-spot is leuk bedacht maar zal altijd een intern boek blijven. De geschiedenis echter zal niet alleen melding maken van de introductie van GO2 in het jaar 2012 maar ook van de ontstane commotie en misschien zelfs van de gevolgen van de schadeclaim die door de Amerikaanse eigenaar van GO2 tegen het Surinaamse GO2 aanhangig werd gemaakt.
Het 'Staatsolie Heldenboek' uit de tv-spot is leuk bedacht maar zal altijd een intern boek blijven. De geschiedenis echter zal niet alleen melding maken van de introductie van GO2 in het jaar 2012 maar ook van de ontstane commotie en misschien zelfs van de gevolgen van de schadeclaim die door de Amerikaanse eigenaar van GO2 tegen het Surinaamse GO2 aanhangig werd gemaakt.
No wan grani fadon gi Sranan. Over de ruggen
van ware helden zijn deelnemers aan de wedstrijd op het verkeerde been gezet.
Als staatsbedrijf pronken met de naam van een buitenlands bedrijf is niet iets
om trots op te zijn. Er is overigens een woord voor: plagiaat. En het goud
blijkt niet echt, maar doublé.
zaterdag 17 maart 2012
Alenspiratie
steel
de pijpen
die regenen
zegenen
huppelen
druppelen
op dak
en goot
het giet
het hoost
een hond
een kat
alles nat
steel
de pijpen
de pijpen
die regenen
zegenen
huppelen
druppelen
op dak
en goot
het giet
het hoost
een hond
een kat
alles nat
steel
de pijpen
zondag 18 september 2011
Hoofdzaken en bijzaken
Mijn Gmelina phillipensis staan al langer dan elf jaar vlakbij de schutting. Ik kreeg ze van een lieve vriendin met groene vingers. Ze is er helaas niet meer maar de boom met zijn wirwar van doornige takken en gele bloemen groeit onverstoorbaar door. De lekennaam voor deze plant is Snapdragon Bush, Parrot’s Beak of Hedgehog. De Surinaamse naam ken ik niet, Phyllis, mijn vriendin, noemde hem buranduri en daar hou ik het dus op. De boom is een bron van genot; de hele dag hangen kolibries bij de gele bloemen. Op gezette tijden is de boom ook een bron van ergernis: de takken groeien vreselijk hard en hij moet regelmatig in model worden gesnoeid.
Door de jaren heen zijn de takken van mijn buranduribomen – ik heb er twee – in elkaar verstrengeld geraakt tot een bijna ondoordringbaar bladerdak waaronder het koel en schaduwrijk is. Elke open plek wordt ook nog eens ongenadig opgevuld door een woekerplant met lange uitlopers en brede, hartvormige bladeren. Snoeien is een rotklus, het is moeilijk de doorns te ontwijken en je bent lang bezig. Ik doe het dan ook met mijn verstand op nul. Behalve gisteren.
Gisteren was anders. De uitlopers slierten weer eens alle kanten uit en met de snoeischaar in mijn hand stond ik mismoedigd te kijken. Wat een puinhoop! Waar te beginnen? Ik begon de kleinste vertakkingen weg te knippen en al gauw keek ik tevreden naar de berg snoeisel op het zand. Aan de boom was echter niet te merken dat ik al een kwartier bezig was geweest! De moed zonk me in de schoenen. Toen begon het gesprek.
‘Je doet het fout.’
Ik: ‘Dit is míjn manier.’
‘Heb je niet door dat jouw aandacht naar de bijzaken gaat? Als je nu eens de hoofdzaak aanpakt?’
Ik: ‘Het is een wirwar van takken. Hoe moet ik weten welke de hoofdtak is?’
‘Stilstaan en kijken. Even niets doen.’
Ik: ‘Daar heb ik geen tijd voor, weet je hoeveel ik nog moet doen?’
‘Ik ken je toch al zo lang.’
Ik: ‘Nou dan. Klets niet en laat me mijn ding doen.’
‘Focus op de hoofdzaken en de bijzaken gaan vanzelf mee.’
Ik verplaatste mijn aandacht van de takjes naar de grote, stevige takken. Rustig zocht ik met mijn ogen naar de plek waar de tak aan de stam vastzat. Met de tanden op elkaar geklemd, reikte ik zover mogelijk in de doornige massa en met alle kracht sneed ik een tak door. Ik trok een grote uitloper van wel twee meter lang van de boom, vol kleine takjes. Op het zand lag in één keer een heleboel groen. De boom zag er een stuk luchtiger uit.
Door de jaren heen zijn de takken van mijn buranduribomen – ik heb er twee – in elkaar verstrengeld geraakt tot een bijna ondoordringbaar bladerdak waaronder het koel en schaduwrijk is. Elke open plek wordt ook nog eens ongenadig opgevuld door een woekerplant met lange uitlopers en brede, hartvormige bladeren. Snoeien is een rotklus, het is moeilijk de doorns te ontwijken en je bent lang bezig. Ik doe het dan ook met mijn verstand op nul. Behalve gisteren.
Gisteren was anders. De uitlopers slierten weer eens alle kanten uit en met de snoeischaar in mijn hand stond ik mismoedigd te kijken. Wat een puinhoop! Waar te beginnen? Ik begon de kleinste vertakkingen weg te knippen en al gauw keek ik tevreden naar de berg snoeisel op het zand. Aan de boom was echter niet te merken dat ik al een kwartier bezig was geweest! De moed zonk me in de schoenen. Toen begon het gesprek.
‘Je doet het fout.’
Ik: ‘Dit is míjn manier.’
‘Heb je niet door dat jouw aandacht naar de bijzaken gaat? Als je nu eens de hoofdzaak aanpakt?’
Ik: ‘Het is een wirwar van takken. Hoe moet ik weten welke de hoofdtak is?’
‘Stilstaan en kijken. Even niets doen.’
Ik: ‘Daar heb ik geen tijd voor, weet je hoeveel ik nog moet doen?’
‘Ik ken je toch al zo lang.’
Ik: ‘Nou dan. Klets niet en laat me mijn ding doen.’
‘Focus op de hoofdzaken en de bijzaken gaan vanzelf mee.’
Ik verplaatste mijn aandacht van de takjes naar de grote, stevige takken. Rustig zocht ik met mijn ogen naar de plek waar de tak aan de stam vastzat. Met de tanden op elkaar geklemd, reikte ik zover mogelijk in de doornige massa en met alle kracht sneed ik een tak door. Ik trok een grote uitloper van wel twee meter lang van de boom, vol kleine takjes. Op het zand lag in één keer een heleboel groen. De boom zag er een stuk luchtiger uit.
‘Zie je wel.’
‘Hehe,’ zei ik, ‘ik wist het wel.’
‘Ja,’ zei de stem. ‘Je was het gewoon even vergeten.’
woensdag 13 juli 2011
WWJD*
Drie mensen hangen naast elkaar aan het kruis, volgens de bijbel twee zondaars en mijn Heer Jezus Christus. Jezus zweeg totdat Hij werd aangesproken. Toen vergaf Hij. Hij wist dat het niet lang meer zou duren en had de mannen die daar met Hem hingen, ogenblikkelijk kunnen bekeren. Hel en verdoemenis preken zodat ze vooral gered zouden zijn. Maar Hij wachtte tot het de tijd was, Jezus wachtte rustig. Wij allen zijn zondaars.
Wat zien we nu? Christenen laten zich meesleuren in de hosselmentaliteit. Ze hosselen om God zijn mening over te brengen, geven anderen geen ruimte zich te bezinnen op hun situatie, slaan andersdenkenden neer met woorden die redding zouden moeten brengen.
Ben ik vóór homofilie? Nee, mijn geloof leert me anders. Ben ik tegen homo’s? Nee, mijn geloof leert me dat ik moet liefhebben, niet veroordelen.
Misschien is voor jou de bijbel er duidelijk over, dit is wat ik denk. Ik als mens die niet alle antwoorden heeft, als mens die iets op een bepaalde manier zou willen maar weet dat ze moet dealen met de realiteit. Diezelfde realiteit die maakt dat heteroparen overspel plegen. Die maakt dat priesters het celibaat naast zich neerleggen en kleine jongens verkrachten. Die maakt dat echtgenoten elkaar de hersens inslaan. Die realiteit die maakt dat zieleherders zich meer druk maken om hun bankrekening dan om hun eigen ziel. Die realititeit.
Ik lees een interview met DNA-lid Asabina en mijn mond valt open! Ik citeer uit het artikel in Starnieuws: “In bijvoorbeeld westerse landen als Nederland is vrouwenbesnijdenis een gruwel en is het strafbaar. Het wordt gezien als genitale verminking. Zonder het goed te praten zeg ik dat het westen er aan voorbij gaat dat zij zich uitspreken over een traditie van mensen die jaren in stand is gebleven.”
Wie denkt deze onbesneden Filistijn wel dat hij is? En nu moeten we dus onze mond houden over vrouwenbesnijdenis? Want het is traditie? Hoe moet ik in hemelsnaam hierover zwijgen?
Het was traditie van slavenmeesters de Spaanse bok uit te delen, mensen te roven en als beesten in schepen te vervoeren. Bovenop jonge meisjes te kruipen en hun blank zaad in onschuldige zwarte baarmoeders uit te storten. Meneer Asabina!? Zal je kunnen, vergeet je zo snel? Kannibalisme was traditie, zullen we het weer invoeren? Of hebben we al enkele onthoofden in het hoge college van staat, meneer Asabina?
Mijn respect voor minister Amafo, als christen zegt ze wat haar overtuiging is, maar ook dat er met respect met iedereen - van welke geaardheid dan ook - dient te worden omgegaan. We zijn geen christelijke staat, er was een tijd dat ik het graag wilde, maar als ik de agressie en het onbegrip naar elkaar en naar anderen toe zie, weet ik niet of ik in zo een land zou willen wonen.
Nu zijn het de gays, morgen de mensen met groene ogen, volgende week alle buitenechtelijke kinderen...
Tijdens schrijfoefeningen gebruiken we vaak de hypothese: Als..., dan....
Klein voorbeeldje: Als meneer Asabina een moslim was en hij had voorgesteld om met ingang van gisteren varkensvlees te verbieden en wetten te maken tegen mensen die graag een karbonaadje eten, dan hadden we hem laten opnemen in het PCS. Met loeiende sirene.
* What Would Jesus Do?
n.a.v. http://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/6382
Wat zien we nu? Christenen laten zich meesleuren in de hosselmentaliteit. Ze hosselen om God zijn mening over te brengen, geven anderen geen ruimte zich te bezinnen op hun situatie, slaan andersdenkenden neer met woorden die redding zouden moeten brengen.
Ben ik vóór homofilie? Nee, mijn geloof leert me anders. Ben ik tegen homo’s? Nee, mijn geloof leert me dat ik moet liefhebben, niet veroordelen.
Misschien is voor jou de bijbel er duidelijk over, dit is wat ik denk. Ik als mens die niet alle antwoorden heeft, als mens die iets op een bepaalde manier zou willen maar weet dat ze moet dealen met de realiteit. Diezelfde realiteit die maakt dat heteroparen overspel plegen. Die maakt dat priesters het celibaat naast zich neerleggen en kleine jongens verkrachten. Die maakt dat echtgenoten elkaar de hersens inslaan. Die realiteit die maakt dat zieleherders zich meer druk maken om hun bankrekening dan om hun eigen ziel. Die realititeit.
Ik lees een interview met DNA-lid Asabina en mijn mond valt open! Ik citeer uit het artikel in Starnieuws: “In bijvoorbeeld westerse landen als Nederland is vrouwenbesnijdenis een gruwel en is het strafbaar. Het wordt gezien als genitale verminking. Zonder het goed te praten zeg ik dat het westen er aan voorbij gaat dat zij zich uitspreken over een traditie van mensen die jaren in stand is gebleven.”
Wie denkt deze onbesneden Filistijn wel dat hij is? En nu moeten we dus onze mond houden over vrouwenbesnijdenis? Want het is traditie? Hoe moet ik in hemelsnaam hierover zwijgen?
Het was traditie van slavenmeesters de Spaanse bok uit te delen, mensen te roven en als beesten in schepen te vervoeren. Bovenop jonge meisjes te kruipen en hun blank zaad in onschuldige zwarte baarmoeders uit te storten. Meneer Asabina!? Zal je kunnen, vergeet je zo snel? Kannibalisme was traditie, zullen we het weer invoeren? Of hebben we al enkele onthoofden in het hoge college van staat, meneer Asabina?
Mijn respect voor minister Amafo, als christen zegt ze wat haar overtuiging is, maar ook dat er met respect met iedereen - van welke geaardheid dan ook - dient te worden omgegaan. We zijn geen christelijke staat, er was een tijd dat ik het graag wilde, maar als ik de agressie en het onbegrip naar elkaar en naar anderen toe zie, weet ik niet of ik in zo een land zou willen wonen.
Nu zijn het de gays, morgen de mensen met groene ogen, volgende week alle buitenechtelijke kinderen...
Tijdens schrijfoefeningen gebruiken we vaak de hypothese: Als..., dan....
Klein voorbeeldje: Als meneer Asabina een moslim was en hij had voorgesteld om met ingang van gisteren varkensvlees te verbieden en wetten te maken tegen mensen die graag een karbonaadje eten, dan hadden we hem laten opnemen in het PCS. Met loeiende sirene.
* What Would Jesus Do?
n.a.v. http://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/6382
dinsdag 12 juli 2011
letterlijk hersenspinsel
mijn neef is een nicht
en mijn nicht is een pot
allebei onder vuur
want die tori is hot
diep in de kast
zijn ze niemand tot last
maar nicht wil ook even
op stap met zijn neven
en die pot wil ook eens
naar de schuur.
goede raad is duur
wat is nep en wat is puur.
is het goed wat je doet
is het nodig dat je boet
voor vrolijk, vrolijk
vrolijk zijn.
(N.av. de discussie over homorechten in De Nationale Assemblee op
12 juli 2011)
Abonneren op:
Posts (Atom)

